Pluspraktijk | Topzorgpraktijk | *** 3 sterren Praktijk

Sensorische informatie

(voorheen Sensorische integratie)

Zintuigelijke informatie is informatie die via onze zintuigen uit de omgeving tot ons komt. Eigenlijk worden we dag en nacht gebombardeerd met allerlei prikkels waar ons zenuwstelsel op moet reageren.

sensorische informatieverwerking lisse

Bewegen komt tot stand door een samenwerking van zintuigen en motoriek. Indien de werking van de zintuigen (senso) niet goed afgestemd is op de werking van de spieren (motoriek) heeft dit gevolgen voor het bewegen. Binnen de kinderfysiotherapie spreken we van een sensomotorische stoornis of een probleem in de sensorische integratie (s.i.-probleem).

Sensoriek: betekent “zintuiglijk waarnemen”.

Via onze zintuigen krijgen we informatie over ons eigen lichaam en de wereld om ons heen.
Uit ons eigen lichaam vb: “Welke houding heeft mijn arm?” “Waar raakt het toetsenbord mijn vingers?” “Zit ik rechtop?”
Uit de omgeving vb: Je voelt de temperatuur, je ziet de site, je hoort de achtergrondgeluiden.

Deze binnenkomende prikkels hebben twee functies:
1. beschermen voor gevaar
op een directe manier: je rent weg voor brand.
op een aangeleerde manier: als je weet dat de kachel heet is raak je hem niet aan.
2. onderscheiden/discrimineren
Dat is belangrijk voor als we handelingen willen uitvoeren.
Vb: Hoeveel kracht moet ik zetten om de toetsen in te drukken? Voel en zie ik goed waar de stoel staat zodat ik weet waar ik precies moet gaan zitten?

Zintuigen

1. Gehoor / auditieve systeem
2. (Begrijpend) zien / visuele systeem
3. Evenwicht en orientatie / vestibulaire systeem
4. Houding- en bewegingsgevoel / proprioceptieve systeem
5. Tast / tactiele systeem
6. Smaak
7. Reuk

1. Gehoor / auditieve systeem

  • We nemen trillingen waar die worden omgezet in geluid en geluidsterkte.
  • Met onze twee oren kunnen we horen waar het geluid vandaan komt.
  • Horen is belangrijk voor de ontwikkeling van taal en spraak.

2. (Begrijpend) zien / visuele systeem

  • Iets zien kan dienen als waarschuwing; vb: we duiken weg als er iets heel snel komt aangevlogen.
  • Door goed te zien kun je je oriënteren in de ruimte, je weet waar je bent. Ook kun je dieptezien.
  • Als je aangeraakt wordt kijk je automatisch waar dat gebeurde en zo word je nog meegeïnformeerd over die aanraking.
  • Het helpt mee met de taalontwikkeling: benoemen wat je ziet.
  • Als je iets moeilijk vindt om te doen kijk je er heel goed bij: het kijken kan een beweginghelpen sturen
  • Oogcontact is belangrijk voor de emotionele ontwikkeling: Als je iemand aankijkt waar je mee praat heb je meer contact. Als een kind ziet dat je kijkt wat het doet, ziet het dat je betrokken bent en kan hij/zij zich meer gestimuleerd voelen.

3. Evenwicht en orientatie / vestibulaire systeem

  • Hierdoor weten we wat de stand van ons hoofd (rechtop, schuin, voor- of achterover, gedraaid) is en of die houding verandert, de beweging van ons hoofd dus.
  • Verder worden we geïnformeerd of die beweging sneller of langzamer wordt.
  • Dit systeem geeft ons ook info over waar ons hoofd is t.o.v. de zwaartekracht. Dat zorgt ervoor dat je je heel raar voelt als je in een kamer staat waar ze alles schuin gemaakt hebben: wat je voelt met je evenwichtsorgaan klopt niet met wat je ziet.
  • Doordat we deze info krijgen weten we ook of we zelf bewegen of dat er iets om ons heen   beweegt. Als de trein of auto naast je wegrijdt lijkt het even of je zelf de andere kant opgaat, maar als je je ogen dicht doet weet je dat je stil staat en je ogen je gefopt hebben.
  • Door dit systeem kunnen we onze ogen ook altijd horizontaal houden zodat we makkelijker   kunnen blijven kijken naar iets, ook al beweegt ons hoofd.

4. Houding- en bewegingsgevoel / proprioceptieve systeem

  • Hierdoor weten we wat de houding en de beweging is van onze lichaamsdelen. Je voelt of je arm omhoog of naar beneden is en hoe je de vingers beweegt. Dat is wel handig, want anders zou je naar alles moeten kijken wat je doet (en dat moeten kinderen dus bij wie dit gevoel minder ontwikkeld is!)
  • Deze informatie kan verder ook een teveel van informatie uit andere zintuigen dempen en helpen die beter te verwerken.

5. Tast / tactiele systeem
Dit bestaat uit twee delen:

  • een beschermend systeem dit neemt pijn, temperatuur en grove tast waar. Het waarschuwt ons lichaam voor prikkels die gevaarlijk of beschadigend zouden kunnen zijn, b.v. hand terugtrekken van een heet of scherp voorwerp.
  • een discriminatief of onderscheidend systeem dit informeert ons hoe iets aanvoelt (zacht, hard, glad, ruw, welke vorm, waar je precies aangeraakt wordt, trilling, enz.) zodat we er wat van kunnen leren, b.v. of een handdoek zacht uit de droger komt of ruw van de lijn, maar ook waar je de pen aanraakt waarmee je aan het schrijven bent.

6. Smaak en reuk
Op bepaalde delen van de tong proef je de smaken zoet, zuur, zout en bitter, maar ook de reuk speelt een sterke rol bij de smaak: met een verstopte neus proef je minder.

 Sensorische informatieverwerking

Sensorische informatieverwerking is het proces, waarbij we informatie uit ons lichaam en prikkels vanuit de buitenwereld waarnemen en op elkaar afstemmen.

U kunt hierbij denken aan: zien, horen, tasten, evenwicht en signalen vanuit de spieren.

Met sensorische integratie wordt bedoeld; het verwerken van de informatie die vanuit de ogen, de oren, de huid, de spieren en gewrichten, de mond, de neus en de evenwichtsorganen naar de hersenen gaat. Dit verwerken gebeurt in verschillende zintuigsystemen. De prikkels worden waargenomen door de zintuigen en doorgestuurd naar de hersenen.

Kinderen zijn voortdurend bezig om hun lichaam te ontdekken en te leren hoe het gebruikt kan wordne. Ieder zintuig vangt specifieke prikkels op om te verwerken. Maar wat zo bijzonder is, is dat alle informatie van de verschillende zintuigen aan elkaar gekoppeld wordt, zodat we in staat zijn een goed ‘plaatje’ te maken in de hersenen.

De zintuigen werken 24 uur per dag. We zijn ons hiervan niet bewust totdat we iets meemaken, wat we ongewoon vinden. Hierbij kunt u denken aan:

Als de klok stopt met tikken, valt dit op.

  • In het donker weet u het lichtknopje thuis meteen te vinden, terwijl u het in een hotel op de tast moet zoeken.

Verstoring van de sensorische informatieverwerking

Een verstoring in het proces van de sensorische  integratie uit zich per persoon verschillend. Het is afhankelijk van welk soort prikkels niet goed wordt verwerkt. De verwerking van de prikkels noemen we registratie. Er kan sprake zijn van onderregistratie en overregistratie. Bij onderregistratie heeft iemand meer prikkels van hetzelfde nodig om ze te kunnen opmerken. Bij overregistratie worden normale prikkels als te sterk ervaren.

Een niet optimale samenwerking tussen de sensorische en motorische informatie heeft invloed op het motorische gedrag. Bepaalde zintuigen kunnen over- of ondergevoelig reageren. Beiden hebben gevolgen voor het motorische gedrag.

Voorbeeld:

  • een overgevoeligheid van het evenwichtsorgaan kan angst om te klimmen veroorzaken.
  • overgevoeligheid van het tastzintuig geeft afweer bij knuffelen.

Kinderen met sensorische integratieproblemen kunnen niet vertrouwen op de informatie van uit de zintuigen, hoewel de zintuigen zelf in tact zijn.

De activiteiten zijn  weinig doelmatig, omdat de inkomende informatie en de verwerkingsprocessen niet goed verlopen. Ze kunnen daardoor vaak een activiteit niet blijven volgen en/of volbrengen, daar veel dingen hun verwarren, afleiden, te erg opwinden of van hun stuk brengen.
Kinderen met Sensorische Integratieproblemen hebben veelal een veranderlijke alertheid. Onder alertheid verstaan we de mate van oplettendheid. Doordat hun zintuiglijk informatiesysteem stabiliteit mist, kunnen ze minder goed aangepast reageren, terwijl ze doorgaans over een goede intelligentie beschikken.

 Sensorische informatieverwerkkingtherapie:

Bij het kind met problemen in de sensorische integratie zijn de zintuigen meestal wel in orde, maar het zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) heeft moeite met het selecteren, organiseren en afstemmen van de verschillende prikkels.

Sensorische Integratietherapie richt zich op het belang van een goede integratie van de informatie, verkregen via de verschillende zintuigsystemen, door middel van het aanbieden van doelgerichte en specifieke activiteiten.

Het doel van de therapie is dan ook veranderingen te brengen in de organisatie van het zenuwstelsel zodat het kind beter in staat is tot interactie met de wereld om zich heen. Interactie houdt o.a. in: omgaan met leeftijdsgenoten, aandacht kunnen richten op een opdracht, zelfverzorging en motorische coördinatie. Verbetering zal dan ook in deze dingen merkbaar moeten worden. De therapie wordt dan ook in spelvorm gegeven waarbij veel verschillende zintuiglijke prikkels (zoals bijv. evenwicht en huidprikkels spier en gewrichtsgevoel, visuele en auditieve prikkels) tegelijk worden aangeboden zonder dat het kind de tijd krijgt over deze prikkels na te denken.

De therapie ziet er uit als spel, waarbij het kind zelf een grote inbreng heeft.
De activiteiten zijn echter zo opgezet en ontworpen dat ze de juiste sensorische informatie verschaffen en de daarop passende reactie uitlokken.

Net als bij een gewone ontwikkeling vergt een verandering van het functioneren van het zenuwstelsel tijd. Het is een ontwikkelingsproces; afhankelijk van de aard van de problemen, de reactie op de behandeling en de participatie van de omgeving, zal het proces kortere of langere tijd in beslag nemen.

Enkele voorbeelden van motorisch gedrag die kunnen wijzen op een sensorisch informatieverwerking probleem:

  •  het kind word angstig en/of gaat huilen als het bewogen wordt
  • het kind wil niet of nauwelijks van de ene naar de andere houding bewegen
  • het kind beweegt niet zoals verwacht bij aanraken, aankijken, geluidjes maken
  • het kind maakt weinig/geen oogcontact. Kind is niet graag op schoot
  • het kind reageert met huilen en/of terugtrekken op onverwachte en/of nieuwe situaties
  • het kind vindt het vervelend om vieze handen te krijgen en/of heeft afkeer van spelen met bepaalde materialen zoals zand, vingerverf. Gras en zand worden als akelig ervaren
  • Ze kunnen schrikken van een vriendelijk bedoelde aanraking, die voor hen aanvoelt als gekriebel of pijn
  • kinderen kunnen over hun armen of benen wrijven/ krabben nadat ze aangeraakt zijn
  • het kind durft niet te schommelen
  • het kind kan moeilijk stilzitten
  • bewegingen worden te hard of te zacht uitgevoerd
  • het kind is snel vermoeid
  • het kind loopt stampend
  • een ‘allesdurver’ en geen gevaar kennende peuter/kleuter
  • een angstige niet ondernemende peuter/kleuter
  • overmatig reageren op geluiden. Handen voor de oren doen of zelf hard schreeuwen om het geluid te overstemmen
  • kind is bang om voor hoogtes en schuine oppervlakken (kind voelt zich alsof het over een dunne lat een ravijn moet oversteken) of is juist niet bang en klimmen hoog in bomen zonder gevaar te zien
  • snel duizelig of misselijk van draaien. Wagenziek zijn; dit komt doordat wat ze zien met hun ogen (in de auto beweegt niets), niet overeenkomt met wat via hun evenwichtsorgaan binnenkomt, namelijk wel beweging
  • Kind vertoont problemen in de motoriek, problemen met het plannen van de motoriek, zoals onhandigheid, veel vallen, alles omstoten, slechte coördinatie slecht evenwicht, moeite met aankleden, slordig eten
  • Problemen met aandacht en concentratie, niet stil kunnen blijven zitten, overactief zijn, maar ook stille kinderen die angstig en teruggetrokken zijn
  • Kinderen kunnen snel uit het veld geslagen zijn, overgevoelig voor kritiek en kunnen weinig zelfvertrouwen hebben
  • Gedragingen als koppigheid, agressiviteit en ongeduldigheid zijn vaak reacties op de moeite die het kind moet doen om dingen evengoed als leeftijdsgenoten te kunnen, of te voldoen aan wat er van hem verwacht wordt

Soms zullen veel van deze problemen duidelijk zijn, soms zullen er maar enkele op de voorgrond treden.

De stoornissen in de sensorische integratie hoeven NIET uitsluitend de oorzaak van de problemen te zijn.

Meer informatie over sensorische informatieverwerking kunt u vinden op : www.nssi.nl

Wilt u een afspraak maken voor sensorische informatieverwerking?

Bel naar 0252-421147 of stuur een mail naar info@bootenbroersen.com

 

Nog geen commentaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Algemene beoordeling = 9,0

praktijk boot en broersen qualiview 2016

2016 | 515 beoordelingen | Qualiview

Openingstijden

maandag 07:45 - 21:00
dinsdag 07:45 - 18:00
woensdag 07:45 - 18:00
donderdag 07:45 - 20:30
vrijdag 07:45 - 18:00
zaterdag 08:00 - 12:00
zondag Gesloten

Fotoalbum