In de praktijk zijn Fred Broersen en Anika van Seggelen gespecialiseerd in het behandelen van kinderen met het KISS-syndroom. De intake zal echter door een kinderfysiotherapeut worden gedaan, zij zal screenen of specialistische behandeling nodig is.

Wat is het doel van de therapie?

In de eerste maanden van de baby zijn de deze gewrichtjes ook belangrijk voor een goede zuig- en slikreflex. Is de baby een “huilbaby”, dan is dat dikwijls een gevolg van pijnlijke en geblokkeerde bovenste nekgewrichtjes, het KISS-syndroom.
Verondersteld wordt dat het lange liggen van de baby dan een té grote belasting vormt voor de geblokkeerde hoge nekwervels.


De manueeltherapeut zal met zijn specifieke behandeltechnieken de ongunstige situatie in de bovenste nekgewrichtjes (en bekken) trachten te normaliseren
en werkt alszodanig “voorwaardescheppend” in de voor de zuigeling zo belangrijke functies van de hoge nek. Niet alleen vlak na de geboorte, maar maanden (soms jaren) daarna blijkt manuele therapie een effectieve therapie te zijn,
Vooral bij de “asymetrische zuigeling”, die bij een maandenlange scheve houding dikwijls een scheef hoofdje of een “asymetrische schedel” ontwikkelt.
Voor deze “schedelvervorming” is de helmtherapie (redressiehelm) ontwikkeld.
Wanneer de manueeltherapeut vroegtijdig ingeschakeld wordt, zal in de meeste gevallen de asymmetrische houding van de baby herstellen en daarmee “het scheve hoofdje” worden voorkomen. 

Wat zijn de kenmerken van het KISS Syndroom?

•      Scheve dwangstand van hoofd, nek en romp, hoofd achterover getrokken

•      Overstrekken hoofd-nek-romp zonder de asymmetrie

•      Slechte hoofdbalans, heffen hoofd is moeilijk en zwak en

•      Eenzijdige slaaphouding, waardoor deformatie schedel

•      Schedelasymmetrie, achterhoofd en voorhoofd

•      Scheve houding van de romp, de scoliose

•      Asymmetrisch bewegen van de romp, armen en benen

•      Ontwikkelingsproblemen van de heupgewrichten, meestal eenzijdig

•      Afwijking in de voetenstand

•      Slaapstoornissen, veel en hoog huilen

•      Haartrekken op één plek(plukken) erg gevoelig nekje

•      Koude handjes en voetjes

•      Lichte, niet te verklaren verhoging lichaamstemperatuur Slikklachten, kwijlen

•      Kuchen zonder verkouden te zijn

•      Bij oppakken schiet kindje in overstrekkingspatroon en wil derhalve niet graag opgepakt of geknuffeld worden, kind kan niet hechten

Deze klachten kunnen ook andere oorzaken hebben. Op basis van onze ervaringen wordt de “differentiaaldiagnose” gesteld, om daarna de diagnose nauwkeuriger te omschrijven. Nogmaals: de diagnose wordt in de eerste plaats gesteld door de huis- kinder- of CB-arts Als u kort na de behandeling kunt waarnemen, dat er iets veranderd is, verbeterd of verdwenen, dan is dat veelzeggend voor een samenhang met de diagnose en de manuele therapie.