Een verstoring in het proces van de sensorische  integratie uit zich per persoon verschillend. Het is afhankelijk van welk soort prikkels niet goed wordt verwerkt. De verwerking van de prikkels noemen we registratie. Er kan sprake zijn van onderregistratie en overregistratie. Bij onderregistratie heeft iemand meer prikkels van hetzelfde nodig om ze te kunnen opmerken. Bij overregistratie worden normale prikkels als te sterk ervaren.

Een niet optimale samenwerking tussen de sensorische en motorische informatie heeft invloed op het motorische gedrag. Bepaalde zintuigen kunnen over- of ondergevoelig reageren. Beiden hebben gevolgen voor het motorische gedrag. Kinderen met sensorische integratieproblemen kunnen niet vertrouwen op de informatie van uit de zintuigen, hoewel de zintuigen zelf in tact zijn.

De activiteiten zijn  weinig doelmatig, omdat de inkomende informatie en de verwerkingsprocessen niet goed verlopen. Ze kunnen daardoor vaak een activiteit niet blijven volgen en/of volbrengen, daar veel dingen hun verwarren, afleiden, te erg opwinden of van hun stuk brengen.
Kinderen met Sensorische Integratieproblemen hebben veelal een veranderlijke alertheid. Onder alertheid verstaan we de mate van oplettendheid. Doordat hun zintuiglijk informatiesysteem stabiliteit mist, kunnen ze minder goed aangepast reageren, terwijl ze doorgaans over een goede intelligentie beschikken.

 

Sensorische informatieverwerking

Sensorische informatieverwerking is het proces, waarbij we informatie uit ons lichaam en prikkels vanuit de buitenwereld waarnemen en op elkaar afstemmen. U kunt hierbij denken aan: zien, horen, tasten, evenwicht en signalen vanuit de spieren.Met sensorische integratie wordt bedoeld; het verwerken van de informatie die vanuit de ogen, de oren, de huid, de spieren en gewrichten, de mond, de neus en de evenwichtsorganen naar de hersenen gaat. Dit verwerken gebeurt in verschillende zintuigsystemen. De prikkels worden waargenomen door de zintuigen en doorgestuurd naar de hersenen.

Kinderen zijn voortdurend bezig om hun lichaam te ontdekken en te leren hoe het gebruikt kan wordne. Ieder zintuig vangt specifieke prikkels op om te verwerken. Maar wat zo bijzonder is, is dat alle informatie van de verschillende zintuigen aan elkaar gekoppeld wordt, zodat we in staat zijn een goed ‘plaatje’ te maken in de hersenen.

Sensorische informatieverwerkkingtherapie:

Bij het kind met problemen in de sensorische integratie zijn de zintuigen meestal wel in orde, maar het zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) heeft moeite met het selecteren, organiseren en afstemmen van de verschillende prikkels. Sensorische Integratietherapie richt zich op het belang van een goede integratie van de informatie, verkregen via de verschillende zintuigsystemen, door middel van het aanbieden van doelgerichte en specifieke activiteiten. Het doel van de therapie is dan ook veranderingen te brengen in de organisatie van het zenuwstelsel zodat het kind beter in staat is tot interactie met de wereld om zich heen. Interactie houdt o.a. in: omgaan met leeftijdsgenoten, aandacht kunnen richten op een opdracht, zelfverzorging en motorische coördinatie. Verbetering zal dan ook in deze dingen merkbaar moeten worden. De therapie wordt dan ook in spelvorm gegeven waarbij veel verschillende zintuiglijke prikkels (zoals bijv. evenwicht en huidprikkels spier en gewrichtsgevoel, visuele en auditieve prikkels) tegelijk worden aangeboden zonder dat het kind de tijd krijgt over deze prikkels na te denken.

De therapie ziet er uit als spel, waarbij het kind zelf een grote inbreng heeft.
De activiteiten zijn echter zo opgezet en ontworpen dat ze de juiste sensorische informatie verschaffen en de daarop passende reactie uitlokken. Net als bij een gewone ontwikkeling vergt een verandering van het functioneren van het zenuwstelsel tijd. Het is een ontwikkelingsproces; afhankelijk van de aard van de problemen, de reactie op de behandeling en de participatie van de omgeving, zal het proces kortere of langere tijd in beslag nemen.

Enkele voorbeelden van motorisch gedrag die kunnen wijzen op een sensorisch informatieverwerking probleem:

•      het kind word angstig en/of gaat huilen als het bewogen wordt

•      het kind wil niet of nauwelijks van de ene naar de andere houding bewegen

•      het kind beweegt niet zoals verwacht bij aanraken, aankijken, geluidjes maken

•      het kind maakt weinig/geen oogcontact. Kind is niet graag op schoot

•      het kind reageert met huilen en/of terugtrekken op onverwachte en/of nieuwe situaties

•      het kind vindt het vervelend om vieze handen te krijgen en/of heeft afkeer van spelen met bepaalde materialen zoals zand, vingerverf. Gras en zand worden als akelig ervaren

•      Ze kunnen schrikken van een vriendelijk bedoelde aanraking, die voor hen aanvoelt als gekriebel of pijn

•      kinderen kunnen over hun armen of benen wrijven/ krabben nadat ze aangeraakt zijn

•      het kind durft niet te schommelen

•      het kind kan moeilijk stilzitten

•      bewegingen worden te hard of te zacht uitgevoerd

•      het kind is snel vermoeid

•      het kind loopt stampend

•      een ‘allesdurver’ en geen gevaar kennende peuter/kleuter

•      een angstige niet ondernemende peuter/kleuter

•      overmatig reageren op geluiden. Handen voor de oren doen of zelf hard schreeuwen om het geluid te overstemmen

•      kind is bang om voor hoogtes en schuine oppervlakken (kind voelt zich alsof het over een dunne lat een ravijn moet oversteken) of is juist niet bang en klimmen hoog in bomen zonder gevaar te zien

•      snel duizelig of misselijk van draaien. Wagenziek zijn; dit komt doordat wat ze zien met hun ogen (in de auto beweegt niets), niet overeenkomt met wat via hun evenwichtsorgaan binnenkomt, namelijk wel beweging

•      Kind vertoont problemen in de motoriek, problemen met het plannen van de motoriek, zoals onhandigheid, veel vallen, alles omstoten, slechte coördinatie slecht evenwicht, moeite met aankleden, slordig eten

•      Problemen met aandacht en concentratie, niet stil kunnen blijven zitten, overactief zijn, maar ook stille kinderen die angstig en teruggetrokken zijn

•      Kinderen kunnen snel uit het veld geslagen zijn, overgevoelig voor kritiek en kunnen weinig zelfvertrouwen hebben\

•      Gedragingen als koppigheid, agressiviteit en ongeduldigheid zijn vaak reacties op de moeite die het kind moet doen om dingen evengoed als leeftijdsgenoten te kunnen, of te voldoen aan wat er van hem verwacht wordt

Meer informatie over sensorische informatieverwerking kunt u vinden op : www.nssi.nl

Wilt u een afspraak maken voor sensorische informatieverwerking?

Bel naar 0252-421147 of stuur een mail naar info@bootenbroersen.com